Klimaatadaptatie en duurzaamheid worden steeds belangrijker binnen stedelijke en onderwijsomgevingen. Campussen hebben vaak veel bebouwde en verharde oppervlakken, wat invloed heeft op waterbeheer, biodiversiteit en de leefbaarheid.
Het Groen-Blauwpeil is een meetinstrument dat beoordeelt hoe goed een terrein scoort op aspecten als:
- Groen: hoeveelheid en kwaliteit van vegetatie, biodiversiteit, koeling en luchtkwaliteit.
- Blauw: waterhuishouding, infiltratiecapaciteit, buffering en bescherming tegen droogte en wateroverlast.
Door dit peil te berekenen voor een campus, kan inzicht worden verkregen in de sterke punten en verbeterkansen van de buitenruimte.
Deelopdrachten:
Voorbereiding: Oriënteer je op de methodiek van het Groen-Blauwpeil (beschikbaar via groenblauwpeil.nl of lokale handleidingen). Bepaal welke campus of locatie je gaat analyseren.
Verzamel gegevens over:
- Oppervlakte groen vs. verharding
- Aanwezigheid van bomen, struiken, grasvelden
- Waterpartijen, infiltratievoorzieningen, wadi’s
- Eventuele maatregelen voor regenwateropvang of hergebruik
- Gebruik hierbij kaartmateriaal, terreinopname of GIS-data (indien beschikbaar).
Berekening: Vul de Groen-Blauwpeil-tool in voor de gekozen campus. Documenteer welke indicatoren goed scoren en welke minder.
Reflecteer op de uitkomst: wat betekent dit voor de klimaatbestendigheid van de campus? Vergelijk eventueel meerdere campussen met elkaar.